Uw rechten, onze prioriteit

Heeft u een advocaat straf- of verkeersrecht nodig?

De Hertogh Advocaten levert juridisch advies op maat van uw situatie

Maak een afspraak
hero

Nieuws

blogpost item

Vanaf 8 april 2026 wordt het misdrijf ‘verkeersdoodslag’ geïntroduceerd

Op 30 januari 2026 maakte minister van Justitie Annelies Verlinden bekend dat het wetsontwerp, waarmee ‘verkeersdoodslag’ wordt geïntroduceerd als nieuw strafrechtelijk begrip, werd goedgekeurd in het parlement. Bestuurders die een dodelijk ongeval veroorzaken kunnen voortaan in bepaalde gevallen terechtstaan voor het misdrijf ‘verkeersdoodslag’ dat in artikel 107/1 van het nieuw Strafwetboek wordt verankerd als verzwaarde doding in het verkeer. Het nieuwe artikel stelt dat het doden door een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid in het kader van het deelnemen aan het verkeer wordt bestraft met een straf van ‘niveau 4’ indien er sprake is van bijv. rijden onder invloed, het negeren van een rood licht, het vasthouden of manipuleren van een gsm-toestel tijdens het rijden, rijden zonder rijbewijs of in het geval van een zware snelheidsovertreding. De gevallen waarin er sprake is van verzwaarde doding in het verkeer worden in de wet uitdrukkelijk opgesomd. De maximumstraf voor dodelijke verkeersongevallen die worden veroorzaakt door voormelde zware fouten of roekeloosheid is gevoelig verhoogd, nl. tot tien jaar gevangenisstraf en een geldboete van 16.000 euro. Uit het wetsontwerp blijkt dat verkeersdoodslag als strafrechtelijk begrip al in het buitenland bestaat: in Engeland en Wales, de meeste staten van de VS en in Nederland is het doden door toedoen van een automobilist een specifiek misdrijf. In Frankrijk is naar aanleiding van een recente wet, op aansturen van onder meer slachtofferverenigingen, het begrip ‘doding in het verkeer’ (homicide routier) ingevoerd. Lees hier de volledige tekst waarmee minister van Justitie Annelies Verlinden de invoering van het begrip bekendmaakte. Heeft u hierover vragen of wil u meer weten? Neem contact met ons op:  📞 +32 (0) 473/67.35.04 📧 info@dehertoghadvocaten.be 📍Uitbreidingstraat 84, 2600 Berchem (image is designed by Freepik: www.freepik.com)

vri 13 februari, 2026

blogpost item

Vluchtmisdrijf

Wanneer is er sprake van vluchtmisdrijf? Artikel 33 van de Wegverkeerswet bepaalt dat er sprake is van vluchtmisdrijf in de volgende gevallen: 1° elke bestuurder van een voertuig of van een dier die, wetend dat dit voertuig of dit dier oorzaak van, dan wel aanleiding tot een verkeersongeval op een openbare plaats is geweest, 2° hij die wetend dat hij zelf oorzaak van, dan wel aanleiding tot een verkeersongeval op een openbare plaats is geweest, de vlucht neemt om zich aan de dienstige vaststellingen te onttrekken, zelfs wanneer het ongeval niet aan zijn schuld te wijten is. Vluchtmisdrijf is een opzettelijk misdrijf. U moet geweten hebben dat u de oorzaak of de aanleiding was van een verkeersongeval en desondanks opzettelijk de plaats van het ongeval hebben verlaten. Niet alleen bestuurders van een voertuig maar iedere persoon die deelneemt aan het verkeer (bijv. als voetganger, fietser,…) kan zich schuldig maken aan vluchtmisdrijf. De bedoeling bij het strafbaar stellen van vluchtmisdrijf is, enerzijds, de persoon die een ongeval veroorzaakt heeft, identificeren, en, anderzijds, de dienstige vaststellingen door de politiediensten kunnen laten verrichten. Deze dienstige vaststellingen hebben betrekking op het nagaan of er sprake is geweest van alcoholintoxicatie, rijden onder invloed van verdovende middelen of andere technische vaststellingen (bijv. rijden zonder rijbewijs of zonder verzekering). Deze dienstige vaststellingen moeten onmiddellijk na het ongeval kunnen gebeuren. Dit betekent dat er sprake is van vluchtmisdrijf zelfs als de persoon in kwestie de plaats van het ongeval eerst verlaat om nadien terug te komen. Vluchten vanuit een paniekreactie maakt het misdrijf op zich dus niet ongedaan en kan alleen worden aangewend in het kader van de strafmaat. Welke straffen riskeert u? Vluchtmisdrijf wordt zwaar gesanctioneerd en u zal een dagvaarding ontvangen om te verschijnen ter zittng van de politierechtbank. Als de politierechtbank van oordeel is dat het vluchtmisdrijf bewezen is, kan u gestraft worden met eengevangenisstraf van vijftien dagen tot zes maanden en/of met geldboete van €200,00 euro tot €2.000,00 (te vermeerderen met de opdeciemen). Daarnaast kan de politierechtbank u een rijverbod opleggen van ten minste 8 dagen tot ten hoogte 5 jaar. Heeft het ongeval voor een ander slagen of verwondingen tot gevolg gehad, dan kan u worden bestraft met een gevangenisstraf van vijftien dagen tot drie jaar en/of met een geldboete van €400,00 tot €5.000,00 (te vermeerderen met de opdeciemen) en met een rijverbod voor een duur van ten minste drie maanden en ten hoogste vijf jaar of levenslang. Heeft het ongeval voor een ander de dood tot gevolg gehad, dan kan u worden bestraft met een gevangenisstraf van vijftien dagen tot vier jaar en met een geldboete van €400,00 tot €5.000,00 (te vermeerderen met de opdeciemen) en met een rijverbod voor een duur van ten minste drie maanden en ten hoogste vijf jaar of levenslang. Bovendien zal het herstel van het recht tot sturen afhankelijk gemaakt worden van het slagen voor het theoretisch examen, het praktisch examen en het psychologisch onderzoek. De straffen zijn strenger indien u binnen drie jaar te rekenen van de dag van de uitspraak van een vorig veroordelend vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan opnieuw wordt veroordeeld voor vluchtmisdrijf. Werd u slachtoffer van een verkeersongeval met vluchtmisdrijf? Als u het slachtoffer werd van een verkeersongeval met vluchtmisdrijf neemt u het best zo snel mogelijk contact op met de politiediensten om hiervan aangifte te verrichten. Hoe sneller u aangifte doet, hoe groter de kans dat de dader alsnog kan worden opgespoord. De politie maakt van deze aangifte een proces-verbaal op. Dit proces-verbaal kan u bezorgen aan uw verzekeraar die u best ook inlicht van de situatie. U kan vervolgens afhankelijk van het geval hetzij via de verzekering, hetzij via de rechtbank een vergoeding voor de geleden schade vorderen. Als de dader onbekend blijft, kan u zich wenden tot het Belgisch Gemeenschappelijk Waarborgfonds (BGWF). Nog vragen? Neem contact met ons op voor (vrijblijvend) advies: 📞 +32 (0) 473/67.35.04 📧 info@dehertoghadvocaten.be 📍Uitbreidingstraat 84, 2600 Berchem

din 10 februari, 2026

blogpost item

Het ontsnappen uit de gevangenis of het doorknippen van de enkelband zijn voortaan strafbaar

De wet van 19 december 2025 houdende de strafbaarstelling van de ontsnapping van gedetineerden en van de beschadiging of verduistering van het elektronisch toezichtsmateriaal en betreffende het afnemen van drugstesten in de gevangenis en de herroeping van het elektronisch toezicht in het kader van de strafuitvoering werd op 6 januari 2026 in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd. Deze wet voert een aantal wijzigingen door in het huidige Strafwetboek, het toekomstige Strafwetboek, de Basiswet betreffende het gevangeniswezen en de wet inzake de externe rechtspositie van de gedetineerden. Wat verandert er? De beschadiging van elektronisch toezichtsmateriaal (de “enkelband”) en het ontsnappen uit de gevangenis (of een in de wet opgesomde inrichting) wordt strafbaar gesteld in het Strafwetboek De directeur van een gevangenis krijgt de wettelijke mogelijkheid (in de basiswet) om te beslissen om de gedetineerde te onderwerpen aan de afname van een speeksel- of urinetest om de aanwezigheid van verboden stoffen in het lichaam vast te stellen De herroeping van het elektronisch toezicht door de SUR(B) wordt verplicht in het geval van opzettelijke beschadiging van het elektronisch toezichtsmateriaal. Ontsnapping uit een gevangenis of een in de wet opgesomde inrichting Omschrijving Het ontsnappen uit een gevangenis of een in de wet opgesomde inrichting wordt gedefinieerd als het opzettelijk onttrekken door een persoon: 1° aan de voorlopige hechtenis, de gevangenisstraf of de hem in het kader van een strafrechtelijke procedure opgelegde vrijheidsberovende maatregel door te ontsnappen uit een gevangenis, een inrichting waar een geïnterneerde persoon geplaatst is, een gerechtsgebouw, een politiecommissariaat, een ziekenhuis, een voertuig van de politie of enige andere plaats waar hij onder bewaking of toezicht staat van een personeelslid van de geïntegreerde politie belast met bewakings- of beveiligingstaken, met inbegrip van de beveiligingsagenten en de beveiligingsassistenten van politie van de Directie Beveiliging; 2° aan de controle door elektronische middelen, opgelegd ter uitvoering van een gerechtelijke beslissing bedoeld in de bepaling onder 1°. Dit betekent dat het ontsnappen uit een gevangenis (of een andere in de wet opgesomde inrichting) en het onttrekken aan het elektronisch toezicht (bijv. het doorknippen van een enkelband) voortaan strafbaar is. Het is daarbij niet van belang om welke reden u onder elektronisch toezicht verblijft (bijv. als modaliteit van de voorlopige hechtenis, als strafuitvoeringsmodaliteit of in uitvoering van de autonome straf elektronisch toezicht). Strafmaat Afhankelijk van de situatie worden verschillende strafmaten bepaald: Ontsnapping (uit de gevangenis of een door de wet opgesomde inrichting): gevangenisstraf 6 maanden tot 3 jaar Poging tot ontsnapping (uit de gevangenis of een door de wet opgesomde inrichting): gevangenisstraf 8 dagen tot 12 maanden Ontsnapping (uit de gevangenis of een door de wet opgesomde inrichting) met geweld of bedreiging: gevangenisstraf 3 tot 5 jaar Een medeplichtige aan ontsnapping (uit de gevangenis of een door de wet opgesomde inrichting) krijgt dezelfde straf als dader. Personen bekleed met een openbare functie (nl. ambtenaren) die in het kader van de uitoefening van hun functie de ontsnapping bewerkstelligen of vergemakkelijken: gevangenisstraf 3 tot 5 jaar Als er twee cumulatieve voorwaarden vervuld zijn wordt er geen straf opgelegd, nl.: als de ontsnapping gebeurt zonder geweld of bedreiging, én als de ontsnapte persoon spontaan en vrijwillig terugkeert binnen 48 uur Deze bepalingen traden op 16 januari 2026 in werking. Beschadigen of verduisteren van het elektronisch toezichtsmateriaal Omschrijving Het gaat om het opzettelijk beschadigen of verduisteren van het geheel aan elektronische middelen dat de diensten van de gemeenschappen bevoegd voor de organisatie en de controle van het elektronisch toezicht inzetten bij de uitvoering van hun opdrachten. Strafmaat Het opzettelijk beschadigen of verduisteren van het elektronisch toezichtsmateriaal wordt gestraft met gevangenisstraf van 6 maanden tot 3 jaar en een geldboete van € 200,00 tot € 4.000,00 of met een van die straffen alleen. Deze bepalingen traden eveneens op 16 januari 2026 in werking. Afnemen van drugstesten in de gevangenis voortaan verankerd in de wet Het nieuwe artikel 109/1 in de basiswet bepaalt dat de directeur om de orde of de veiligheid te handhaven, kan beslissen de gedetineerde te onderwerpen aan de afname van een speeksel- of urinetest teneinde de aanwezigheid van verboden stoffen in het lichaam vast te stellen. De directeur kan hiertoe beslissen op basis van individuele aanwijzingen van gebruik van verboden stoffen of kan beslissen op geregelde tijdstippen een percentage willekeurig geselecteerde gedetineerden te onderwerpen aan de afname van een drugstest. De drugstest wordt afgenomen door de daartoe aangewezen leden van het bewakingspersoneel, die een passende opleiding hebben gevolgd. Er mag geen fysieke dwang worden gebruikt bij de afname van de drugstest. Indien een gedetineerde weigert aan een test mee te werken, zullen aan die weigering de gevolgen worden verbonden van een positieve test. Er kan door een gedetineerde gevraagd worden om een herhalingsonderzoek uit te voeren. Een positief testresultaat wordt meegedeeld aan de medische dienst en de psychosociale dienst van de gevangenis om na te gaan of de gedetineerde nood heeft aan acute medische zorgen en om hem eventueel door te verwijzen naar de hulpverlening met het oog op de opstelling van een multidisciplinair behandelplan. Na een positief testresultaat volgt automatisch een eenmalige vervolgcontrole. Artikel 129, 10° Basiswet omschrijft bovendien een nieuwe tuchtinbreuk in het geval van het gebruik van verboden stoffen, de weigering om medewerking te verlenen aan de afname van de test en het plegen van fraude bij om het even welk onderdeel van de afname van die test. De bepalingen inzake de afname van drugstesten in de gevangenis zullen in werking op een door de Koning te bepalen datum en uiterlijk op 1 mei 2026. Herroeping elektronisch toezicht in het kader van de strafuitvoering Het nieuwe artikel 64/1 van de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf voorziet voortaan in een verplichte herroeping van de strafuitvoeringsmodaliteit van het elektronisch toezicht indien wordt vastgesteld dat de veroordeelde het elektronisch toezichtsmateriaal opzettelijk beschadigd. Het openbaar ministerie zal de zaak verplicht aanhangig maken bij de SUR of SURB. Deze bepalingen traden eveneens op 16 januari 2026 in werking. *** Alle wijzigingen en nieuwe bepalingen kan u nalezen via deze link. *** Heeft u hierover vragen of wil u meer weten? Neem contact met ons op voor (vrijblijvend) advies:  📞 +32 (0) 473/67.35.04  📧 info@dehertoghadvocaten.be  📍Uitbreidingstraat 84, 2600 Berchem  (image is designed by Freepik: www.freepik.com) 

woe 4 februari, 2026

blogpost item

Vanaf 1 februari 2026 worden strafrechtelijke geldboetes hoger

De wet van 9 december 2025 betreffende de verhoging van de opdecimes en de verzwaring van de geldboete voor inbreuken op het Sociaal Strafwetboek met een verzwarende factor werd op 30 december 2025 in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd. Op basis van voormelde wet wordt in artikel 1, eerste en tweede lid, van de wet van 5 maart 1952 betreffende de opdecimes op de strafrechtelijke geldboeten, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 december 2016, het woord "zeventig" telkens vervangen door het woord "negentig". Het aantal opdeciemen wordt aldus verhoogd van 70 naar 90. Dit betekent dat de geldboetes die een rechter (in alle strafzaken, en dus ook in verkeerszaken) kan opleggen, worden verhoogd met 25%. Zo zal bijv. een geldboete van € 1.000,00 onder de huidige wetgeving resulteren in een te betalen bedrag van € 8.000,00 hoewel dit vanaf 1 februari 2026 aldus € 10.000,00 zal zijn. De geldboete moet aldus vermenigvuldigd worden met factor 10 en niet langer met factor 8. Voormelde wijziging vloeit voort uit het Begrotingsakkoord dat de regering-De Wever in november 2025 sloot. Het wetsontwerp betreffende de verhoging van opdecimes en de verzwaring van de geldboete voor inbreuk op het Sociaal Strafwetboek met een verzwarende factor, parl.st. Kamer van 3 november 2025, nr. 56-1094/001, kan u hier raadplegen. De volledige wettekst kan u via de volgende link nalezen. Heeft u hierover vragen of wil u meer weten? Neem contact met ons op voor (vrijblijvend) advies: 📞 +32 (0) 473/67.35.04 📧 info@dehertoghadvocaten.be 📍Uitbreidingstraat 84, 2600 Berchem (image is designed by Freepik: www.freepik.com)

woe 28 januari, 2026

blogpost item

Eerherstel: een nieuwe start na een veroordeling

Een strafblad kan uw leven op vele manieren beïnvloeden. Het kan een obstakel vormen bij het vinden van werk, het aanvragen van bepaalde vergunningen of het opbouwen van een toekomst. In sommige gevallen kan u via "herstel in eer en rechten” (beter bekend als: "eerherstel") de vermeldingen op het strafblad laten wissen, zodat u opnieuw met een schone lei kan beginnen. In deze blog leggen we uit wat eerherstel is, wat de voorwaarden zijn en hoe de procedure verloopt. Wat is eerherstel? Eerherstel is een maatregel waardoor de vermelding van een veroordeling op het uittreksel van het strafregister (beter bekend als: "strafblad") wordt verwijderd. Het is geen vrijspraak: de veroordeling zelf blijft bestaan in de gerechtelijke archieven, maar ze wordt niet langer vermeld op het document dat u meestal aan werkgevers of instanties moet voorleggen. Daarnaast zorgt eerherstel ervoor dat de ontzetting uit bepaalde rechten (bijv. het stemrecht) niet langer van kracht is. De veroordeling zal bovendien niet meer gebruikt kunnen worden om toepassing te maken van de wettelijke herhaling. Wanneer kan eerherstel aangevraagd worden? Om in aanmerking te komen voor eerherstel moet u voldoen aan een aantal voorwaarden: De straf moet volledig uitgevoerd zijn Dat betekent dat alle uitgesproken hoofdgevangenisstraffen, werkstraffen, rijverboden, probatiestraffen,... werden uitgevoerd en de opgelegde geldboetes, gerechtskosten en eventueel verbeurdverklaarde bedragen volledig betaald zijn. Ook alle slachtoffers moeten zijn vergoed. Als de straf wegens verjaring niet meer kan worden uitgevoerd, mag deze verjaring niet aan uzelf te wijten zijn. U moet een proeftermijn ondergaan De proeftermijn kan variëren van 3 tot 10 jaar afhankelijk van de aard van de straf en de aard van de feiten waarvoor u een herstel in eer en rechten vraagt. Het kantoor kan voor u nakijken welke proefperiode u dient te doorlopen alvorens er eerherstel kan aangevraagd worden. U mag de afgelopen 10 jaar niet eerder een herstel in eer en rechten hebben genoten Hoe verloopt de procedure? De vraag tot een herstel in eer en rechten wordt gericht aan de procureur des Konings van het gerechtelijk arrondissement waarin u woont of verblijft. Als u in het buitenland verblijft, richt u uw aanvraag aan de procureur des Konings van Brussel. Er dient een bewijs geleverd te worden dat u voldoet aan alle voorgaande voorwaarden en er moet een officieel afschrift van alle vonnissen en arresten, vermeld op het strafregister, met een attest van kracht van gewijsde worden bijgebracht. Er moet tevens een attest worden gevoegd waaruit blijkt dat er geen andere vonnissen of arresten op burgerlijk gebied tussenkwamen. Er bestaan geen specifieke vormvereisten voor de aanvraag. Het verzoek dient wel te worden gemotiveerd en moet minstens de volgende gegevens te bevatten: de veroordeling(en) waarvoor u het herstel in eer en rechten aanvraagt; de plaatsen waar u gedurende uw proeftijd (van 3 tot 10 jaar) verbleven hebt. De aanvraag wordt vervolgens onderzocht door het openbaar ministerie. Eventueel zal het openbaar ministerie de wijkagent van uw woonplaats de opdracht geven om u enkele vragen te stellen omtrent uw aanvraag (bijv. de reden voor het verzoek, polsen naar uw huidige privé- en professionele situatie, schuldinzicht, ...). Na controle van uw dossier wordt dit overgemaakt aan de procureur-generaal die uw dossier zal voorleggen aan de kamer van Inbeschuldigingstelling. De uiteindelijke beslissing over uw aanvraag zal immers genomen worden door de kamer van Inbeschuldigingstelling. Tot slot: Het correct en volledig samenstellen van uw dossier vergt heel wat tijd en administratie. Ons kantoor kan de gehele procedure voor u opstarten en opvolgen. Neem contact met ons op voor (vrijblijvend) advies: 📞 +32 (0) 473/67.35.04 📧 info@dehertoghadvocaten.be 📍Uitbreidingstraat 84, 2600 Berchem (image is designed by Freepik: www.freepik.com)

maa 22 december, 2025

blogpost item

In de kijker

Vanaf vandaag is De Hertogh Advocaten te zien in de Duffelsesteenweg in Lint ✨ Voortaan herkenbaar in het straatbeeld maar nog steeds onveranderd betrokken bij uw dossier - uw rechten zijn immers onze prioriteit. 👉🏼Vragen? Contacteer ons: 📞 +32 (0)473/67.35.04 📧 info@dehertoghadvocaten.be 📍Uitbreidingstraat 84, 2600 Berchem 🌐www.dehertoghadvocaten.be

zat 8 november, 2025