Uw rechten, onze prioriteit

Heeft u een advocaat straf- of verkeersrecht nodig?

De Hertogh Advocaten levert juridisch advies op maat van uw situatie

Maak een afspraak
hero

Nieuws

blogpost item

Veronique De Hertogh te gast als spreker voor JuriWise

In mei 2024 werd Mr. Veronique De Hertogh door het online leerplatform JuriWise uitgenodigd om duiding te geven over het beklagrecht van gedetineerden en de stem die zij daardoor krijgen binnen de gevangenismuren. In de eerste Actualia Strafrecht worden volgende topics behandeld: - recente wetswijzigingen en rechtspraak inzake de wet voorlopige hechtenis - een stem binnen de gevangenismuren: het beklagrecht van gedetineerden - van cel tot samenleving: strafuitvoering van korte en lange gevangenisstraffen U kan de opleiding aankopen en bekijken via deze link of bekijk de korte teaser over het onderwerp vanaf 00.49sec via deze link op LinkedIn.

zat 14 maart, 2026

blogpost item

Verbeurdverklaring voertuig wordt verplicht in geval van rijden spijts verval

Artikel 50, §2 van de huidige Wegverkeerswet bepaalt dat de politierechter de verbeurdverklaring van het voertuig kan bevelen wanneer het rijverbod levenslang is of ten minste drie maanden bedraagt, als het voertuig eigendom is van de dader van het misdrijf. Politierechters beschikten aldus over de mogelijkheid om de verbeurdverklaring van de wagen van een overtreder uit te spreken indien het gaat om een eigenaar die het hem opgelegde rijverbod negeert – in mensentaal: de rechter kan de auto van de overtreder voorgoed afnemen. In oktober 2024 diende N-VA-Kamerlid Wouter Raskin een wetsvoorstel in om bestuurders die ‘rijden spijts verval’ (= rijden tijdens een rijverbod) zwaarder te bestraffen. Het is de bedoeling van het wetsvoorstel om politierechters in de toekomst (in principe) te verplichten om in dat soort gevallen de verbeurdverklaring van het voertuig uit te spreken. Dat wetsvoorstel werd op 30 januari 2026 door de Kamer goedgekeurd. Tussen het eerste en tweede lid van artikel 50, §2 Wegverkeerswet wordt een nieuw lid toegevoegd. Op basis van de nieuwe tekst zal rechter verplicht worden om de verbeurdverklaring van een voertuig uit te spreken wanneer deze een bestuurder veroordeelt wegens rijden tijdens een rijverbod. De nieuwe tekst luidt als volgt: “Hij beveelt de verbeurdverklaring van het voertuig wanneer de bestuurder wordt veroordeeld voor een overtreding zoals bedoeld in artikel 48, indien het voertuig eigendom is van de dader van het misdrijf. Indien hij verkiest om deze sanctie niet op te leggen, motiveert hij zijn beslissing uitdrukkelijk.” Als de politierechter verkiest de verbeurdverklaring niet uit te spreken, moet hij die beslissing uitdrukkelijk motiveren. Het wetsvoorstel stelt dat doordat de rechter gemotiveerd kan afwijken, wordt voorkomen dat straffen onredelijk zwaar zullen zijn. Met andere woorden, de verbeurdverklaring van een voertuig kan niet bevolen worden wanneer dat een onredelijk zware straf tot gevolg zou hebben (cf. arrest van het Grondwettelijk Hof van 9 februari 2017 met nummer 12/2017). Het verslag van de Kamercommissie Mobiliteit verwijst naar een medische aandoening of een medisch noodgeval dewelke een gemotiveerd afwijken door de politierechter kunnen rechtvaardigen. Nochtans valt er ook te denken aan andere omstandigheden die zouden kunnen maken dat er sprake is van een onredelijk zware straf. Het verdient dan ook aanbeveling om u in dit soort situaties te laten bijstaan en adviseren. Heeft u hierover vragen of wil u meer weten? Neem contact met ons op:  📞 +32 (0) 473/67.35.04 📧 info@dehertoghadvocaten.be 📍Uitbreidingstraat 84, 2600 Berchem (image is designed by Freepik: www.freepik.com)

vri 27 februari, 2026

blogpost item

Rijongeschiktheid

Wat is het? Artikel 42 van de Wegverkeerswet bepaalt het volgende: Verval van het recht tot sturen moet uitgesproken worden wanneer, naar aanleiding van een veroordeling of opschorting van straf of internering wegens overtreding van de politie over het wegverkeer of wegens een verkeersongeval te wijten aan het persoonlijk toedoen van de dader, de schuldige lichamelijk of geestelijk ongeschikt wordt bevonden tot het besturen van een motorvoertuig…/… Wanneer u voor een misdrijf werd gedagvaard om te verschijnen ter zitting van de politierechtbank kan de rechter u voor het misdrijf een bestraffing (bijv. een rijverbod, geldboete,…) opleggen. Daarnaast kan de politierechtbank ook de beveilingsmaatregel van de rijongschiktheid opleggen wanneer de rechter van oordeel is dat u lichamelijk of geestelijk ongeschikt bent om een motorvoertuig te besturen. Er kan aldus een rijverbod (straf) en een beslissing tot rijongeschiktheid (beveiligingsmaatregel) naast elkaar worden opgelegd. Wat moet u doen als u rijongeschikt bent verklaard? Het verval van het recht tot sturen wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van de bestuurder gaat in bij de uitspraak van de beslissing wanneer deze op tegenspraak is gewezen. Dit betekent dat deze beslissing onmiddellijk na de zitting ingaat en u niet meer met een motorvoertuig naar huis mag rijden. U krijgt 4 dagen na de beslissing de tijd om het rijbewijs op de griffie af te geven. Wanneer u in uw afwezigheid (=bij verstek) werd berecht, zal de beslissing tot rijongeschiktheid ingaan vanaf de betekening van het (verstek)vonnis. Aangezien de beslissing tot rijongeschiktheid een beveiligingsmaatregel is (en geen straf) zal het aantekenen van hoger beroep de uitvoering van deze beslissing niet opschorten. U zal dus hoe dan ook uw rijbewijs tijdig op de griffie moeten afgeven en niet mogen rijden in afwachting van de ontvangst van een zittingsdatum in graad van beroep. Legt u uw rijbewijs niet tijdig neer op de griffie dan zal het openbaar minsiterie u voor deze vaststelling opnieuw kunnen dagvaarden. Hoe kan u opnieuw rijgeschikt verklaard worden? De duur van het verval van het recht tot sturen wegens rijongeschiktheid is afhankelijk van het bewijs dat u niet meer ongeschikt bent om een motorvoertuig te besturen. Na minstens zes maanden te rekenen van de dag van de uitspraak van het vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan, kan u een herziening vragen via een aan het openbaar ministerie gericht verzoekschrift voor dezelfde politierechtbank dat het verval heeft uitgesproken. U zal moeten aantonen dat er een einde gekomen is aan de reden voor het opleggen van de ongeschiktheid. Wanneer u rijongeschikt verklaard werd omwille van een drugs- of alcoholverslaving zal er een abstinentie (=geheelonthouding) moeten worden aangetoond van minimum 6 maanden alvorens de rijongeschiktheid kan worden opgeheven. U dient dit door middel van (objectief) medische documenten te staven. Een beslissing tot rijongeschiktheid hoeft aldus niet levenslang te zijn. Wanneer de politierechtbank u opnieuw rijgeschikt verklaart, gaat deze beslissing onmiddellijk in. Desgevallend zal u nadien wel nog een rijverbod en/of herstelexamens moeten ondergaan en afleggen. Tegen de uitspraak van de politierechbtank (hetzij beslissing tot rijgeschiktheid, hetzij afwijzing van het verzoek tot opheffing ervan) staat geen hoger beroep open. Dit betekent dat wanneer het verzoek wordt afgewezen u hiertegen geen hoger beroep kan aantekenen. Als het verzoek wordt afgewezen dan kan er geen nieuw verzoek worden ingediend voordat een termijn van zes maanden te rekenen van de datum van de afwijzing, is verstreken. ‘Rijongeschiktheid’ is niet hetzelfde als een ‘levenslang rijverbod’ Terwijl een beslissing tot rijongeschiktheid een beveiligingsmaategel is, is een levenslang rijverbod een straf die door de politierechtbank kan worden opgelegd. Een levenslang rijverbod houdt in dat u nooit meer een motorvoertuig mag besturen. Deze straf is aldus levenlang en onbeperkt in de tijd. Er kan geen herziening van deze straf worden gevraagd. De opheffing van een levenslang rijverbod kan alleen bewerkstelligd worden na een succesvol verzoek tot eerherstel. Nog vragen? Neem contact met ons op voor (vrijblijvend) advies: 📞 +32 (0) 473/67.35.04 📧 info@dehertoghadvocaten.be 📍Uitbreidingstraat 84, 2600 Berchem

don 19 februari, 2026

blogpost item

Vanaf 8 april 2026 wordt het misdrijf ‘verkeersdoodslag’ geïntroduceerd

Op 30 januari 2026 maakte minister van Justitie Annelies Verlinden bekend dat het wetsontwerp, waarmee ‘verkeersdoodslag’ wordt geïntroduceerd als nieuw strafrechtelijk begrip, werd goedgekeurd in het parlement. Bestuurders die een dodelijk ongeval veroorzaken kunnen voortaan in bepaalde gevallen terechtstaan voor het misdrijf ‘verkeersdoodslag’ dat in artikel 107/1 van het nieuw Strafwetboek wordt verankerd als verzwaarde doding in het verkeer. Het nieuwe artikel stelt dat het doden door een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid in het kader van het deelnemen aan het verkeer wordt bestraft met een straf van ‘niveau 4’ indien er sprake is van bijv. rijden onder invloed, het negeren van een rood licht, het vasthouden of manipuleren van een gsm-toestel tijdens het rijden, rijden zonder rijbewijs of in het geval van een zware snelheidsovertreding. De gevallen waarin er sprake is van verzwaarde doding in het verkeer worden in de wet uitdrukkelijk opgesomd. De maximumstraf voor dodelijke verkeersongevallen die worden veroorzaakt door voormelde zware fouten of roekeloosheid is gevoelig verhoogd, nl. tot tien jaar gevangenisstraf en een geldboete van 16.000 euro. Uit het wetsontwerp blijkt dat verkeersdoodslag als strafrechtelijk begrip al in het buitenland bestaat: in Engeland en Wales, de meeste staten van de VS en in Nederland is het doden door toedoen van een automobilist een specifiek misdrijf. In Frankrijk is naar aanleiding van een recente wet, op aansturen van onder meer slachtofferverenigingen, het begrip ‘doding in het verkeer’ (homicide routier) ingevoerd. Lees hier de volledige tekst waarmee minister van Justitie Annelies Verlinden de invoering van het begrip bekendmaakte. Heeft u hierover vragen of wil u meer weten? Neem contact met ons op:  📞 +32 (0) 473/67.35.04 📧 info@dehertoghadvocaten.be 📍Uitbreidingstraat 84, 2600 Berchem (image is designed by Freepik: www.freepik.com)

vri 13 februari, 2026

blogpost item

Vluchtmisdrijf

Wanneer is er sprake van vluchtmisdrijf? Artikel 33 van de Wegverkeerswet bepaalt dat er sprake is van vluchtmisdrijf in de volgende gevallen: 1° elke bestuurder van een voertuig of van een dier die, wetend dat dit voertuig of dit dier oorzaak van, dan wel aanleiding tot een verkeersongeval op een openbare plaats is geweest, 2° hij die wetend dat hij zelf oorzaak van, dan wel aanleiding tot een verkeersongeval op een openbare plaats is geweest, de vlucht neemt om zich aan de dienstige vaststellingen te onttrekken, zelfs wanneer het ongeval niet aan zijn schuld te wijten is. Vluchtmisdrijf is een opzettelijk misdrijf. U moet geweten hebben dat u de oorzaak of de aanleiding was van een verkeersongeval en desondanks opzettelijk de plaats van het ongeval hebben verlaten. Niet alleen bestuurders van een voertuig maar iedere persoon die deelneemt aan het verkeer (bijv. als voetganger, fietser,…) kan zich schuldig maken aan vluchtmisdrijf. De bedoeling bij het strafbaar stellen van vluchtmisdrijf is, enerzijds, de persoon die een ongeval veroorzaakt heeft, identificeren, en, anderzijds, de dienstige vaststellingen door de politiediensten kunnen laten verrichten. Deze dienstige vaststellingen hebben betrekking op het nagaan of er sprake is geweest van alcoholintoxicatie, rijden onder invloed van verdovende middelen of andere technische vaststellingen (bijv. rijden zonder rijbewijs of zonder verzekering). Deze dienstige vaststellingen moeten onmiddellijk na het ongeval kunnen gebeuren. Dit betekent dat er sprake is van vluchtmisdrijf zelfs als de persoon in kwestie de plaats van het ongeval eerst verlaat om nadien terug te komen. Vluchten vanuit een paniekreactie maakt het misdrijf op zich dus niet ongedaan en kan alleen worden aangewend in het kader van de strafmaat. Welke straffen riskeert u? Vluchtmisdrijf wordt zwaar gesanctioneerd en u zal een dagvaarding ontvangen om te verschijnen ter zittng van de politierechtbank. Als de politierechtbank van oordeel is dat het vluchtmisdrijf bewezen is, kan u gestraft worden met eengevangenisstraf van vijftien dagen tot zes maanden en/of met geldboete van €200,00 euro tot €2.000,00 (te vermeerderen met de opdeciemen). Daarnaast kan de politierechtbank u een rijverbod opleggen van ten minste 8 dagen tot ten hoogte 5 jaar. Heeft het ongeval voor een ander slagen of verwondingen tot gevolg gehad, dan kan u worden bestraft met een gevangenisstraf van vijftien dagen tot drie jaar en/of met een geldboete van €400,00 tot €5.000,00 (te vermeerderen met de opdeciemen) en met een rijverbod voor een duur van ten minste drie maanden en ten hoogste vijf jaar of levenslang. Heeft het ongeval voor een ander de dood tot gevolg gehad, dan kan u worden bestraft met een gevangenisstraf van vijftien dagen tot vier jaar en met een geldboete van €400,00 tot €5.000,00 (te vermeerderen met de opdeciemen) en met een rijverbod voor een duur van ten minste drie maanden en ten hoogste vijf jaar of levenslang. Bovendien zal het herstel van het recht tot sturen afhankelijk gemaakt worden van het slagen voor het theoretisch examen, het praktisch examen en het psychologisch onderzoek. De straffen zijn strenger indien u binnen drie jaar te rekenen van de dag van de uitspraak van een vorig veroordelend vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan opnieuw wordt veroordeeld voor vluchtmisdrijf. Werd u slachtoffer van een verkeersongeval met vluchtmisdrijf? Als u het slachtoffer werd van een verkeersongeval met vluchtmisdrijf neemt u het best zo snel mogelijk contact op met de politiediensten om hiervan aangifte te verrichten. Hoe sneller u aangifte doet, hoe groter de kans dat de dader alsnog kan worden opgespoord. De politie maakt van deze aangifte een proces-verbaal op. Dit proces-verbaal kan u bezorgen aan uw verzekeraar die u best ook inlicht van de situatie. U kan vervolgens afhankelijk van het geval hetzij via de verzekering, hetzij via de rechtbank een vergoeding voor de geleden schade vorderen. Als de dader onbekend blijft, kan u zich wenden tot het Belgisch Gemeenschappelijk Waarborgfonds (BGWF). Nog vragen? Neem contact met ons op voor (vrijblijvend) advies: 📞 +32 (0) 473/67.35.04 📧 info@dehertoghadvocaten.be 📍Uitbreidingstraat 84, 2600 Berchem

din 10 februari, 2026

blogpost item

Het ontsnappen uit de gevangenis of het doorknippen van de enkelband zijn voortaan strafbaar

De wet van 19 december 2025 houdende de strafbaarstelling van de ontsnapping van gedetineerden en van de beschadiging of verduistering van het elektronisch toezichtsmateriaal en betreffende het afnemen van drugstesten in de gevangenis en de herroeping van het elektronisch toezicht in het kader van de strafuitvoering werd op 6 januari 2026 in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd. Deze wet voert een aantal wijzigingen door in het huidige Strafwetboek, het toekomstige Strafwetboek, de Basiswet betreffende het gevangeniswezen en de wet inzake de externe rechtspositie van de gedetineerden. Wat verandert er? De beschadiging van elektronisch toezichtsmateriaal (de “enkelband”) en het ontsnappen uit de gevangenis (of een in de wet opgesomde inrichting) wordt strafbaar gesteld in het Strafwetboek De directeur van een gevangenis krijgt de wettelijke mogelijkheid (in de basiswet) om te beslissen om de gedetineerde te onderwerpen aan de afname van een speeksel- of urinetest om de aanwezigheid van verboden stoffen in het lichaam vast te stellen De herroeping van het elektronisch toezicht door de SUR(B) wordt verplicht in het geval van opzettelijke beschadiging van het elektronisch toezichtsmateriaal. Ontsnapping uit een gevangenis of een in de wet opgesomde inrichting Omschrijving Het ontsnappen uit een gevangenis of een in de wet opgesomde inrichting wordt gedefinieerd als het opzettelijk onttrekken door een persoon: 1° aan de voorlopige hechtenis, de gevangenisstraf of de hem in het kader van een strafrechtelijke procedure opgelegde vrijheidsberovende maatregel door te ontsnappen uit een gevangenis, een inrichting waar een geïnterneerde persoon geplaatst is, een gerechtsgebouw, een politiecommissariaat, een ziekenhuis, een voertuig van de politie of enige andere plaats waar hij onder bewaking of toezicht staat van een personeelslid van de geïntegreerde politie belast met bewakings- of beveiligingstaken, met inbegrip van de beveiligingsagenten en de beveiligingsassistenten van politie van de Directie Beveiliging; 2° aan de controle door elektronische middelen, opgelegd ter uitvoering van een gerechtelijke beslissing bedoeld in de bepaling onder 1°. Dit betekent dat het ontsnappen uit een gevangenis (of een andere in de wet opgesomde inrichting) en het onttrekken aan het elektronisch toezicht (bijv. het doorknippen van een enkelband) voortaan strafbaar is. Het is daarbij niet van belang om welke reden u onder elektronisch toezicht verblijft (bijv. als modaliteit van de voorlopige hechtenis, als strafuitvoeringsmodaliteit of in uitvoering van de autonome straf elektronisch toezicht). Strafmaat Afhankelijk van de situatie worden verschillende strafmaten bepaald: Ontsnapping (uit de gevangenis of een door de wet opgesomde inrichting): gevangenisstraf 6 maanden tot 3 jaar Poging tot ontsnapping (uit de gevangenis of een door de wet opgesomde inrichting): gevangenisstraf 8 dagen tot 12 maanden Ontsnapping (uit de gevangenis of een door de wet opgesomde inrichting) met geweld of bedreiging: gevangenisstraf 3 tot 5 jaar Een medeplichtige aan ontsnapping (uit de gevangenis of een door de wet opgesomde inrichting) krijgt dezelfde straf als dader. Personen bekleed met een openbare functie (nl. ambtenaren) die in het kader van de uitoefening van hun functie de ontsnapping bewerkstelligen of vergemakkelijken: gevangenisstraf 3 tot 5 jaar Als er twee cumulatieve voorwaarden vervuld zijn wordt er geen straf opgelegd, nl.: als de ontsnapping gebeurt zonder geweld of bedreiging, én als de ontsnapte persoon spontaan en vrijwillig terugkeert binnen 48 uur Deze bepalingen traden op 16 januari 2026 in werking. Beschadigen of verduisteren van het elektronisch toezichtsmateriaal Omschrijving Het gaat om het opzettelijk beschadigen of verduisteren van het geheel aan elektronische middelen dat de diensten van de gemeenschappen bevoegd voor de organisatie en de controle van het elektronisch toezicht inzetten bij de uitvoering van hun opdrachten. Strafmaat Het opzettelijk beschadigen of verduisteren van het elektronisch toezichtsmateriaal wordt gestraft met gevangenisstraf van 6 maanden tot 3 jaar en een geldboete van € 200,00 tot € 4.000,00 of met een van die straffen alleen. Deze bepalingen traden eveneens op 16 januari 2026 in werking. Afnemen van drugstesten in de gevangenis voortaan verankerd in de wet Het nieuwe artikel 109/1 in de basiswet bepaalt dat de directeur om de orde of de veiligheid te handhaven, kan beslissen de gedetineerde te onderwerpen aan de afname van een speeksel- of urinetest teneinde de aanwezigheid van verboden stoffen in het lichaam vast te stellen. De directeur kan hiertoe beslissen op basis van individuele aanwijzingen van gebruik van verboden stoffen of kan beslissen op geregelde tijdstippen een percentage willekeurig geselecteerde gedetineerden te onderwerpen aan de afname van een drugstest. De drugstest wordt afgenomen door de daartoe aangewezen leden van het bewakingspersoneel, die een passende opleiding hebben gevolgd. Er mag geen fysieke dwang worden gebruikt bij de afname van de drugstest. Indien een gedetineerde weigert aan een test mee te werken, zullen aan die weigering de gevolgen worden verbonden van een positieve test. Er kan door een gedetineerde gevraagd worden om een herhalingsonderzoek uit te voeren. Een positief testresultaat wordt meegedeeld aan de medische dienst en de psychosociale dienst van de gevangenis om na te gaan of de gedetineerde nood heeft aan acute medische zorgen en om hem eventueel door te verwijzen naar de hulpverlening met het oog op de opstelling van een multidisciplinair behandelplan. Na een positief testresultaat volgt automatisch een eenmalige vervolgcontrole. Artikel 129, 10° Basiswet omschrijft bovendien een nieuwe tuchtinbreuk in het geval van het gebruik van verboden stoffen, de weigering om medewerking te verlenen aan de afname van de test en het plegen van fraude bij om het even welk onderdeel van de afname van die test. De bepalingen inzake de afname van drugstesten in de gevangenis zullen in werking op een door de Koning te bepalen datum en uiterlijk op 1 mei 2026. Herroeping elektronisch toezicht in het kader van de strafuitvoering Het nieuwe artikel 64/1 van de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf voorziet voortaan in een verplichte herroeping van de strafuitvoeringsmodaliteit van het elektronisch toezicht indien wordt vastgesteld dat de veroordeelde het elektronisch toezichtsmateriaal opzettelijk beschadigd. Het openbaar ministerie zal de zaak verplicht aanhangig maken bij de SUR of SURB. Deze bepalingen traden eveneens op 16 januari 2026 in werking. *** Alle wijzigingen en nieuwe bepalingen kan u nalezen via deze link. *** Heeft u hierover vragen of wil u meer weten? Neem contact met ons op voor (vrijblijvend) advies:  📞 +32 (0) 473/67.35.04  📧 info@dehertoghadvocaten.be  📍Uitbreidingstraat 84, 2600 Berchem  (image is designed by Freepik: www.freepik.com) 

woe 4 februari, 2026