Uw rechten, onze prioriteit
Heeft u een advocaat straf- of verkeersrecht nodig?
De Hertogh Advocaten levert juridisch advies op maat van uw situatie
Maak een afspraak
Blog

Verbeurdverklaring voertuig wordt verplicht in geval van rijden spijts verval
Artikel 50, §2 van de huidige Wegverkeerswet bepaalt dat de politierechter de verbeurdverklaring van het voertuig kan bevelen wanneer het rijverbod levenslang is of ten minste drie maanden bedraagt, als het voertuig eigendom is van de dader van het misdrijf. Politierechters beschikten aldus over de mogelijkheid om de verbeurdverklaring van de wagen van een overtreder uit te spreken indien het gaat om een eigenaar die het hem opgelegde rijverbod negeert – in mensentaal: de rechter kan de auto van de overtreder voorgoed afnemen. In oktober 2024 diende N-VA-Kamerlid Wouter Raskin een wetsvoorstel in om bestuurders die ‘rijden spijts verval’ (= rijden tijdens een rijverbod) zwaarder te bestraffen. Het is de bedoeling van het wetsvoorstel om politierechters in de toekomst (in principe) te verplichten om in dat soort gevallen de verbeurdverklaring van het voertuig uit te spreken. Dat wetsvoorstel werd op 30 januari 2026 door de Kamer goedgekeurd. Tussen het eerste en tweede lid van artikel 50, §2 Wegverkeerswet wordt een nieuw lid toegevoegd. Op basis van de nieuwe tekst zal rechter verplicht worden om de verbeurdverklaring van een voertuig uit te spreken wanneer deze een bestuurder veroordeelt wegens rijden tijdens een rijverbod. De nieuwe tekst luidt als volgt: “Hij beveelt de verbeurdverklaring van het voertuig wanneer de bestuurder wordt veroordeeld voor een overtreding zoals bedoeld in artikel 48, indien het voertuig eigendom is van de dader van het misdrijf. Indien hij verkiest om deze sanctie niet op te leggen, motiveert hij zijn beslissing uitdrukkelijk.” Als de politierechter verkiest de verbeurdverklaring niet uit te spreken, moet hij die beslissing uitdrukkelijk motiveren. Het wetsvoorstel stelt dat doordat de rechter gemotiveerd kan afwijken, wordt voorkomen dat straffen onredelijk zwaar zullen zijn. Met andere woorden, de verbeurdverklaring van een voertuig kan niet bevolen worden wanneer dat een onredelijk zware straf tot gevolg zou hebben (cf. arrest van het Grondwettelijk Hof van 9 februari 2017 met nummer 12/2017). Het verslag van de Kamercommissie Mobiliteit verwijst naar een medische aandoening of een medisch noodgeval dewelke een gemotiveerd afwijken door de politierechter kunnen rechtvaardigen. Nochtans valt er ook te denken aan andere omstandigheden die zouden kunnen maken dat er sprake is van een onredelijk zware straf. Het verdient dan ook aanbeveling om u in dit soort situaties te laten bijstaan en adviseren. Heeft u hierover vragen of wil u meer weten? Neem contact met ons op: 📞 +32 (0) 473/67.35.04 📧 info@dehertoghadvocaten.be 📍Uitbreidingstraat 84, 2600 Berchem (image is designed by Freepik: www.freepik.com)
vri 27 februari, 2026

Rijongeschiktheid
Wat is het? Artikel 42 van de Wegverkeerswet bepaalt het volgende: Verval van het recht tot sturen moet uitgesproken worden wanneer, naar aanleiding van een veroordeling of opschorting van straf of internering wegens overtreding van de politie over het wegverkeer of wegens een verkeersongeval te wijten aan het persoonlijk toedoen van de dader, de schuldige lichamelijk of geestelijk ongeschikt wordt bevonden tot het besturen van een motorvoertuig…/… Wanneer u voor een misdrijf werd gedagvaard om te verschijnen ter zitting van de politierechtbank kan de rechter u voor het misdrijf een bestraffing (bijv. een rijverbod, geldboete,…) opleggen. Daarnaast kan de politierechtbank ook de beveilingsmaatregel van de rijongschiktheid opleggen wanneer de rechter van oordeel is dat u lichamelijk of geestelijk ongeschikt bent om een motorvoertuig te besturen. Er kan aldus een rijverbod (straf) en een beslissing tot rijongeschiktheid (beveiligingsmaatregel) naast elkaar worden opgelegd. Wat moet u doen als u rijongeschikt bent verklaard? Het verval van het recht tot sturen wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van de bestuurder gaat in bij de uitspraak van de beslissing wanneer deze op tegenspraak is gewezen. Dit betekent dat deze beslissing onmiddellijk na de zitting ingaat en u niet meer met een motorvoertuig naar huis mag rijden. U krijgt 4 dagen na de beslissing de tijd om het rijbewijs op de griffie af te geven. Wanneer u in uw afwezigheid (=bij verstek) werd berecht, zal de beslissing tot rijongeschiktheid ingaan vanaf de betekening van het (verstek)vonnis. Aangezien de beslissing tot rijongeschiktheid een beveiligingsmaatregel is (en geen straf) zal het aantekenen van hoger beroep de uitvoering van deze beslissing niet opschorten. U zal dus hoe dan ook uw rijbewijs tijdig op de griffie moeten afgeven en niet mogen rijden in afwachting van de ontvangst van een zittingsdatum in graad van beroep. Legt u uw rijbewijs niet tijdig neer op de griffie dan zal het openbaar minsiterie u voor deze vaststelling opnieuw kunnen dagvaarden. Hoe kan u opnieuw rijgeschikt verklaard worden? De duur van het verval van het recht tot sturen wegens rijongeschiktheid is afhankelijk van het bewijs dat u niet meer ongeschikt bent om een motorvoertuig te besturen. Na minstens zes maanden te rekenen van de dag van de uitspraak van het vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan, kan u een herziening vragen via een aan het openbaar ministerie gericht verzoekschrift voor dezelfde politierechtbank dat het verval heeft uitgesproken. U zal moeten aantonen dat er een einde gekomen is aan de reden voor het opleggen van de ongeschiktheid. Wanneer u rijongeschikt verklaard werd omwille van een drugs- of alcoholverslaving zal er een abstinentie (=geheelonthouding) moeten worden aangetoond van minimum 6 maanden alvorens de rijongeschiktheid kan worden opgeheven. U dient dit door middel van (objectief) medische documenten te staven. Een beslissing tot rijongeschiktheid hoeft aldus niet levenslang te zijn. Wanneer de politierechtbank u opnieuw rijgeschikt verklaart, gaat deze beslissing onmiddellijk in. Desgevallend zal u nadien wel nog een rijverbod en/of herstelexamens moeten ondergaan en afleggen. Tegen de uitspraak van de politierechbtank (hetzij beslissing tot rijgeschiktheid, hetzij afwijzing van het verzoek tot opheffing ervan) staat geen hoger beroep open. Dit betekent dat wanneer het verzoek wordt afgewezen u hiertegen geen hoger beroep kan aantekenen. Als het verzoek wordt afgewezen dan kan er geen nieuw verzoek worden ingediend voordat een termijn van zes maanden te rekenen van de datum van de afwijzing, is verstreken. ‘Rijongeschiktheid’ is niet hetzelfde als een ‘levenslang rijverbod’ Terwijl een beslissing tot rijongeschiktheid een beveiligingsmaategel is, is een levenslang rijverbod een straf die door de politierechtbank kan worden opgelegd. Een levenslang rijverbod houdt in dat u nooit meer een motorvoertuig mag besturen. Deze straf is aldus levenlang en onbeperkt in de tijd. Er kan geen herziening van deze straf worden gevraagd. De opheffing van een levenslang rijverbod kan alleen bewerkstelligd worden na een succesvol verzoek tot eerherstel. Nog vragen? Neem contact met ons op voor (vrijblijvend) advies: 📞 +32 (0) 473/67.35.04 📧 info@dehertoghadvocaten.be 📍Uitbreidingstraat 84, 2600 Berchem
don 19 februari, 2026

Vanaf 8 april 2026 wordt het misdrijf ‘verkeersdoodslag’ geïntroduceerd
Op 30 januari 2026 maakte minister van Justitie Annelies Verlinden bekend dat het wetsontwerp, waarmee ‘verkeersdoodslag’ wordt geïntroduceerd als nieuw strafrechtelijk begrip, werd goedgekeurd in het parlement. Bestuurders die een dodelijk ongeval veroorzaken kunnen voortaan in bepaalde gevallen terechtstaan voor het misdrijf ‘verkeersdoodslag’ dat in artikel 107/1 van het nieuw Strafwetboek wordt verankerd als verzwaarde doding in het verkeer. Het nieuwe artikel stelt dat het doden door een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid in het kader van het deelnemen aan het verkeer wordt bestraft met een straf van ‘niveau 4’ indien er sprake is van bijv. rijden onder invloed, het negeren van een rood licht, het vasthouden of manipuleren van een gsm-toestel tijdens het rijden, rijden zonder rijbewijs of in het geval van een zware snelheidsovertreding. De gevallen waarin er sprake is van verzwaarde doding in het verkeer worden in de wet uitdrukkelijk opgesomd. De maximumstraf voor dodelijke verkeersongevallen die worden veroorzaakt door voormelde zware fouten of roekeloosheid is gevoelig verhoogd, nl. tot tien jaar gevangenisstraf en een geldboete van 16.000 euro. Uit het wetsontwerp blijkt dat verkeersdoodslag als strafrechtelijk begrip al in het buitenland bestaat: in Engeland en Wales, de meeste staten van de VS en in Nederland is het doden door toedoen van een automobilist een specifiek misdrijf. In Frankrijk is naar aanleiding van een recente wet, op aansturen van onder meer slachtofferverenigingen, het begrip ‘doding in het verkeer’ (homicide routier) ingevoerd. Lees hier de volledige tekst waarmee minister van Justitie Annelies Verlinden de invoering van het begrip bekendmaakte. Heeft u hierover vragen of wil u meer weten? Neem contact met ons op: 📞 +32 (0) 473/67.35.04 📧 info@dehertoghadvocaten.be 📍Uitbreidingstraat 84, 2600 Berchem (image is designed by Freepik: www.freepik.com)
vri 13 februari, 2026

Vluchtmisdrijf
Wanneer is er sprake van vluchtmisdrijf? Artikel 33 van de Wegverkeerswet bepaalt dat er sprake is van vluchtmisdrijf in de volgende gevallen: 1° elke bestuurder van een voertuig of van een dier die, wetend dat dit voertuig of dit dier oorzaak van, dan wel aanleiding tot een verkeersongeval op een openbare plaats is geweest, 2° hij die wetend dat hij zelf oorzaak van, dan wel aanleiding tot een verkeersongeval op een openbare plaats is geweest, de vlucht neemt om zich aan de dienstige vaststellingen te onttrekken, zelfs wanneer het ongeval niet aan zijn schuld te wijten is. Vluchtmisdrijf is een opzettelijk misdrijf. U moet geweten hebben dat u de oorzaak of de aanleiding was van een verkeersongeval en desondanks opzettelijk de plaats van het ongeval hebben verlaten. Niet alleen bestuurders van een voertuig maar iedere persoon die deelneemt aan het verkeer (bijv. als voetganger, fietser,…) kan zich schuldig maken aan vluchtmisdrijf. De bedoeling bij het strafbaar stellen van vluchtmisdrijf is, enerzijds, de persoon die een ongeval veroorzaakt heeft, identificeren, en, anderzijds, de dienstige vaststellingen door de politiediensten kunnen laten verrichten. Deze dienstige vaststellingen hebben betrekking op het nagaan of er sprake is geweest van alcoholintoxicatie, rijden onder invloed van verdovende middelen of andere technische vaststellingen (bijv. rijden zonder rijbewijs of zonder verzekering). Deze dienstige vaststellingen moeten onmiddellijk na het ongeval kunnen gebeuren. Dit betekent dat er sprake is van vluchtmisdrijf zelfs als de persoon in kwestie de plaats van het ongeval eerst verlaat om nadien terug te komen. Vluchten vanuit een paniekreactie maakt het misdrijf op zich dus niet ongedaan en kan alleen worden aangewend in het kader van de strafmaat. Welke straffen riskeert u? Vluchtmisdrijf wordt zwaar gesanctioneerd en u zal een dagvaarding ontvangen om te verschijnen ter zittng van de politierechtbank. Als de politierechtbank van oordeel is dat het vluchtmisdrijf bewezen is, kan u gestraft worden met eengevangenisstraf van vijftien dagen tot zes maanden en/of met geldboete van €200,00 euro tot €2.000,00 (te vermeerderen met de opdeciemen). Daarnaast kan de politierechtbank u een rijverbod opleggen van ten minste 8 dagen tot ten hoogte 5 jaar. Heeft het ongeval voor een ander slagen of verwondingen tot gevolg gehad, dan kan u worden bestraft met een gevangenisstraf van vijftien dagen tot drie jaar en/of met een geldboete van €400,00 tot €5.000,00 (te vermeerderen met de opdeciemen) en met een rijverbod voor een duur van ten minste drie maanden en ten hoogste vijf jaar of levenslang. Heeft het ongeval voor een ander de dood tot gevolg gehad, dan kan u worden bestraft met een gevangenisstraf van vijftien dagen tot vier jaar en met een geldboete van €400,00 tot €5.000,00 (te vermeerderen met de opdeciemen) en met een rijverbod voor een duur van ten minste drie maanden en ten hoogste vijf jaar of levenslang. Bovendien zal het herstel van het recht tot sturen afhankelijk gemaakt worden van het slagen voor het theoretisch examen, het praktisch examen en het psychologisch onderzoek. De straffen zijn strenger indien u binnen drie jaar te rekenen van de dag van de uitspraak van een vorig veroordelend vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan opnieuw wordt veroordeeld voor vluchtmisdrijf. Werd u slachtoffer van een verkeersongeval met vluchtmisdrijf? Als u het slachtoffer werd van een verkeersongeval met vluchtmisdrijf neemt u het best zo snel mogelijk contact op met de politiediensten om hiervan aangifte te verrichten. Hoe sneller u aangifte doet, hoe groter de kans dat de dader alsnog kan worden opgespoord. De politie maakt van deze aangifte een proces-verbaal op. Dit proces-verbaal kan u bezorgen aan uw verzekeraar die u best ook inlicht van de situatie. U kan vervolgens afhankelijk van het geval hetzij via de verzekering, hetzij via de rechtbank een vergoeding voor de geleden schade vorderen. Als de dader onbekend blijft, kan u zich wenden tot het Belgisch Gemeenschappelijk Waarborgfonds (BGWF). Nog vragen? Neem contact met ons op voor (vrijblijvend) advies: 📞 +32 (0) 473/67.35.04 📧 info@dehertoghadvocaten.be 📍Uitbreidingstraat 84, 2600 Berchem
din 10 februari, 2026

Het ontsnappen uit de gevangenis of het doorknippen van de enkelband zijn voortaan strafbaar
De wet van 19 december 2025 houdende de strafbaarstelling van de ontsnapping van gedetineerden en van de beschadiging of verduistering van het elektronisch toezichtsmateriaal en betreffende het afnemen van drugstesten in de gevangenis en de herroeping van het elektronisch toezicht in het kader van de strafuitvoering werd op 6 januari 2026 in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd. Deze wet voert een aantal wijzigingen door in het huidige Strafwetboek, het toekomstige Strafwetboek, de Basiswet betreffende het gevangeniswezen en de wet inzake de externe rechtspositie van de gedetineerden. Wat verandert er? De beschadiging van elektronisch toezichtsmateriaal (de “enkelband”) en het ontsnappen uit de gevangenis (of een in de wet opgesomde inrichting) wordt strafbaar gesteld in het Strafwetboek De directeur van een gevangenis krijgt de wettelijke mogelijkheid (in de basiswet) om te beslissen om de gedetineerde te onderwerpen aan de afname van een speeksel- of urinetest om de aanwezigheid van verboden stoffen in het lichaam vast te stellen De herroeping van het elektronisch toezicht door de SUR(B) wordt verplicht in het geval van opzettelijke beschadiging van het elektronisch toezichtsmateriaal. Ontsnapping uit een gevangenis of een in de wet opgesomde inrichting Omschrijving Het ontsnappen uit een gevangenis of een in de wet opgesomde inrichting wordt gedefinieerd als het opzettelijk onttrekken door een persoon: 1° aan de voorlopige hechtenis, de gevangenisstraf of de hem in het kader van een strafrechtelijke procedure opgelegde vrijheidsberovende maatregel door te ontsnappen uit een gevangenis, een inrichting waar een geïnterneerde persoon geplaatst is, een gerechtsgebouw, een politiecommissariaat, een ziekenhuis, een voertuig van de politie of enige andere plaats waar hij onder bewaking of toezicht staat van een personeelslid van de geïntegreerde politie belast met bewakings- of beveiligingstaken, met inbegrip van de beveiligingsagenten en de beveiligingsassistenten van politie van de Directie Beveiliging; 2° aan de controle door elektronische middelen, opgelegd ter uitvoering van een gerechtelijke beslissing bedoeld in de bepaling onder 1°. Dit betekent dat het ontsnappen uit een gevangenis (of een andere in de wet opgesomde inrichting) en het onttrekken aan het elektronisch toezicht (bijv. het doorknippen van een enkelband) voortaan strafbaar is. Het is daarbij niet van belang om welke reden u onder elektronisch toezicht verblijft (bijv. als modaliteit van de voorlopige hechtenis, als strafuitvoeringsmodaliteit of in uitvoering van de autonome straf elektronisch toezicht). Strafmaat Afhankelijk van de situatie worden verschillende strafmaten bepaald: Ontsnapping (uit de gevangenis of een door de wet opgesomde inrichting): gevangenisstraf 6 maanden tot 3 jaar Poging tot ontsnapping (uit de gevangenis of een door de wet opgesomde inrichting): gevangenisstraf 8 dagen tot 12 maanden Ontsnapping (uit de gevangenis of een door de wet opgesomde inrichting) met geweld of bedreiging: gevangenisstraf 3 tot 5 jaar Een medeplichtige aan ontsnapping (uit de gevangenis of een door de wet opgesomde inrichting) krijgt dezelfde straf als dader. Personen bekleed met een openbare functie (nl. ambtenaren) die in het kader van de uitoefening van hun functie de ontsnapping bewerkstelligen of vergemakkelijken: gevangenisstraf 3 tot 5 jaar Als er twee cumulatieve voorwaarden vervuld zijn wordt er geen straf opgelegd, nl.: als de ontsnapping gebeurt zonder geweld of bedreiging, én als de ontsnapte persoon spontaan en vrijwillig terugkeert binnen 48 uur Deze bepalingen traden op 16 januari 2026 in werking. Beschadigen of verduisteren van het elektronisch toezichtsmateriaal Omschrijving Het gaat om het opzettelijk beschadigen of verduisteren van het geheel aan elektronische middelen dat de diensten van de gemeenschappen bevoegd voor de organisatie en de controle van het elektronisch toezicht inzetten bij de uitvoering van hun opdrachten. Strafmaat Het opzettelijk beschadigen of verduisteren van het elektronisch toezichtsmateriaal wordt gestraft met gevangenisstraf van 6 maanden tot 3 jaar en een geldboete van € 200,00 tot € 4.000,00 of met een van die straffen alleen. Deze bepalingen traden eveneens op 16 januari 2026 in werking. Afnemen van drugstesten in de gevangenis voortaan verankerd in de wet Het nieuwe artikel 109/1 in de basiswet bepaalt dat de directeur om de orde of de veiligheid te handhaven, kan beslissen de gedetineerde te onderwerpen aan de afname van een speeksel- of urinetest teneinde de aanwezigheid van verboden stoffen in het lichaam vast te stellen. De directeur kan hiertoe beslissen op basis van individuele aanwijzingen van gebruik van verboden stoffen of kan beslissen op geregelde tijdstippen een percentage willekeurig geselecteerde gedetineerden te onderwerpen aan de afname van een drugstest. De drugstest wordt afgenomen door de daartoe aangewezen leden van het bewakingspersoneel, die een passende opleiding hebben gevolgd. Er mag geen fysieke dwang worden gebruikt bij de afname van de drugstest. Indien een gedetineerde weigert aan een test mee te werken, zullen aan die weigering de gevolgen worden verbonden van een positieve test. Er kan door een gedetineerde gevraagd worden om een herhalingsonderzoek uit te voeren. Een positief testresultaat wordt meegedeeld aan de medische dienst en de psychosociale dienst van de gevangenis om na te gaan of de gedetineerde nood heeft aan acute medische zorgen en om hem eventueel door te verwijzen naar de hulpverlening met het oog op de opstelling van een multidisciplinair behandelplan. Na een positief testresultaat volgt automatisch een eenmalige vervolgcontrole. Artikel 129, 10° Basiswet omschrijft bovendien een nieuwe tuchtinbreuk in het geval van het gebruik van verboden stoffen, de weigering om medewerking te verlenen aan de afname van de test en het plegen van fraude bij om het even welk onderdeel van de afname van die test. De bepalingen inzake de afname van drugstesten in de gevangenis zullen in werking op een door de Koning te bepalen datum en uiterlijk op 1 mei 2026. Herroeping elektronisch toezicht in het kader van de strafuitvoering Het nieuwe artikel 64/1 van de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf voorziet voortaan in een verplichte herroeping van de strafuitvoeringsmodaliteit van het elektronisch toezicht indien wordt vastgesteld dat de veroordeelde het elektronisch toezichtsmateriaal opzettelijk beschadigd. Het openbaar ministerie zal de zaak verplicht aanhangig maken bij de SUR of SURB. Deze bepalingen traden eveneens op 16 januari 2026 in werking. *** Alle wijzigingen en nieuwe bepalingen kan u nalezen via deze link. *** Heeft u hierover vragen of wil u meer weten? Neem contact met ons op voor (vrijblijvend) advies: 📞 +32 (0) 473/67.35.04 📧 info@dehertoghadvocaten.be 📍Uitbreidingstraat 84, 2600 Berchem (image is designed by Freepik: www.freepik.com)
woe 4 februari, 2026

Vanaf 1 februari 2026 worden strafrechtelijke geldboetes hoger
De wet van 9 december 2025 betreffende de verhoging van de opdecimes en de verzwaring van de geldboete voor inbreuken op het Sociaal Strafwetboek met een verzwarende factor werd op 30 december 2025 in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd. Op basis van voormelde wet wordt in artikel 1, eerste en tweede lid, van de wet van 5 maart 1952 betreffende de opdecimes op de strafrechtelijke geldboeten, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 december 2016, het woord "zeventig" telkens vervangen door het woord "negentig". Het aantal opdeciemen wordt aldus verhoogd van 70 naar 90. Dit betekent dat de geldboetes die een rechter (in alle strafzaken, en dus ook in verkeerszaken) kan opleggen, worden verhoogd met 25%. Zo zal bijv. een geldboete van € 1.000,00 onder de huidige wetgeving resulteren in een te betalen bedrag van € 8.000,00 hoewel dit vanaf 1 februari 2026 aldus € 10.000,00 zal zijn. De geldboete moet aldus vermenigvuldigd worden met factor 10 en niet langer met factor 8. Voormelde wijziging vloeit voort uit het Begrotingsakkoord dat de regering-De Wever in november 2025 sloot. Het wetsontwerp betreffende de verhoging van opdecimes en de verzwaring van de geldboete voor inbreuk op het Sociaal Strafwetboek met een verzwarende factor, parl.st. Kamer van 3 november 2025, nr. 56-1094/001, kan u hier raadplegen. De volledige wettekst kan u via de volgende link nalezen. Heeft u hierover vragen of wil u meer weten? Neem contact met ons op voor (vrijblijvend) advies: 📞 +32 (0) 473/67.35.04 📧 info@dehertoghadvocaten.be 📍Uitbreidingstraat 84, 2600 Berchem (image is designed by Freepik: www.freepik.com)
woe 28 januari, 2026

Eerherstel: een nieuwe start na een veroordeling
Een strafblad kan uw leven op vele manieren beïnvloeden. Het kan een obstakel vormen bij het vinden van werk, het aanvragen van bepaalde vergunningen of het opbouwen van een toekomst. In sommige gevallen kan u via "herstel in eer en rechten” (beter bekend als: "eerherstel") de vermeldingen op het strafblad laten wissen, zodat u opnieuw met een schone lei kan beginnen. In deze blog leggen we uit wat eerherstel is, wat de voorwaarden zijn en hoe de procedure verloopt. Wat is eerherstel? Eerherstel is een maatregel waardoor de vermelding van een veroordeling op het uittreksel van het strafregister (beter bekend als: "strafblad") wordt verwijderd. Het is geen vrijspraak: de veroordeling zelf blijft bestaan in de gerechtelijke archieven, maar ze wordt niet langer vermeld op het document dat u meestal aan werkgevers of instanties moet voorleggen. Daarnaast zorgt eerherstel ervoor dat de ontzetting uit bepaalde rechten (bijv. het stemrecht) niet langer van kracht is. De veroordeling zal bovendien niet meer gebruikt kunnen worden om toepassing te maken van de wettelijke herhaling. Wanneer kan eerherstel aangevraagd worden? Om in aanmerking te komen voor eerherstel moet u voldoen aan een aantal voorwaarden: De straf moet volledig uitgevoerd zijn Dat betekent dat alle uitgesproken hoofdgevangenisstraffen, werkstraffen, rijverboden, probatiestraffen,... werden uitgevoerd en de opgelegde geldboetes, gerechtskosten en eventueel verbeurdverklaarde bedragen volledig betaald zijn. Ook alle slachtoffers moeten zijn vergoed. Als de straf wegens verjaring niet meer kan worden uitgevoerd, mag deze verjaring niet aan uzelf te wijten zijn. U moet een proeftermijn ondergaan De proeftermijn kan variëren van 3 tot 10 jaar afhankelijk van de aard van de straf en de aard van de feiten waarvoor u een herstel in eer en rechten vraagt. Het kantoor kan voor u nakijken welke proefperiode u dient te doorlopen alvorens er eerherstel kan aangevraagd worden. U mag de afgelopen 10 jaar niet eerder een herstel in eer en rechten hebben genoten Hoe verloopt de procedure? De vraag tot een herstel in eer en rechten wordt gericht aan de procureur des Konings van het gerechtelijk arrondissement waarin u woont of verblijft. Als u in het buitenland verblijft, richt u uw aanvraag aan de procureur des Konings van Brussel. Er dient een bewijs geleverd te worden dat u voldoet aan alle voorgaande voorwaarden en er moet een officieel afschrift van alle vonnissen en arresten, vermeld op het strafregister, met een attest van kracht van gewijsde worden bijgebracht. Er moet tevens een attest worden gevoegd waaruit blijkt dat er geen andere vonnissen of arresten op burgerlijk gebied tussenkwamen. Er bestaan geen specifieke vormvereisten voor de aanvraag. Het verzoek dient wel te worden gemotiveerd en moet minstens de volgende gegevens te bevatten: de veroordeling(en) waarvoor u het herstel in eer en rechten aanvraagt; de plaatsen waar u gedurende uw proeftijd (van 3 tot 10 jaar) verbleven hebt. De aanvraag wordt vervolgens onderzocht door het openbaar ministerie. Eventueel zal het openbaar ministerie de wijkagent van uw woonplaats de opdracht geven om u enkele vragen te stellen omtrent uw aanvraag (bijv. de reden voor het verzoek, polsen naar uw huidige privé- en professionele situatie, schuldinzicht, ...). Na controle van uw dossier wordt dit overgemaakt aan de procureur-generaal die uw dossier zal voorleggen aan de kamer van Inbeschuldigingstelling. De uiteindelijke beslissing over uw aanvraag zal immers genomen worden door de kamer van Inbeschuldigingstelling. Tot slot: Het correct en volledig samenstellen van uw dossier vergt heel wat tijd en administratie. Ons kantoor kan de gehele procedure voor u opstarten en opvolgen. Neem contact met ons op voor (vrijblijvend) advies: 📞 +32 (0) 473/67.35.04 📧 info@dehertoghadvocaten.be 📍Uitbreidingstraat 84, 2600 Berchem (image is designed by Freepik: www.freepik.com)
maa 22 december, 2025

De huiszoeking
Een huiszoeking is een ingrijpende gebeurtenis. De politie of gerechtelijke autoriteiten staan plots aan de deur en willen uw woning betreden. In deze blog leggen we uit wat een huiszoeking is en wanneer die mag plaatsvinden. Wat is een huiszoeking? Een huiszoeking is een doorzoeking van een private woning of gebouw door de politie of gerechtelijke autoriteiten, met als doel bewijsmateriaal te verzamelen. Een huiszoeking kan enkel worden uitgevoerd om bewijzen te verzamelen van een gepleegd misdrijf en niet wanneer er enkel vermoedens van een misdrijf bestaan. Ze kan plaatsvinden in het kader van een lopend strafonderzoek en wordt doorgaans bevolen door een onderzoeksrechter, maar in sommige gevallen kan ze ook gebeuren met toestemming van de bewoner. Wanneer is een huiszoeking mogelijk? Er zijn in principe 3 mogelijkheden: 1. Met huiszoekingsbevel van een onderzoeksrechter Een huiszoeking kan in principe enkel plaatsvinden op bevel van een onderzoeksrechter in het kader van een gerechtelijk onderzoek. De opdracht tot het uitvoeren van een huiszoeking wordt door de onderzoeksrechter schriftelijk gegeven in een door diens ambt ondertekend huiszoekingsbevel waarin de plaats van de huiszoeking en de misdrijven worden vermeld. De Huiszoekingswet bepaalt dat de huiszoeking in een voor het publiek niet toegankelijke plaats niet mag worden verricht voor 5.00u ‘s morgens en na 21.00u ‘s avonds. Huiszoekingen die voor 21.00u aanvangen, mogen wel na 21.00u voortgezet worden. Wanneer de huiszoeking wordt uitgevoerd voor 5.00u ‘s morgens of na 21.00u ‘s avonds kan een onwettige huiszoekingzijn. De plaats waar een huiszoeking uitgevoerd kan worden, is niet beperkt tot de woning van een verdachte. Er kan op elke andere plaats een huiszoeking uitgevoerd worden waarvan aangenomen kan worden dat op deze plaats bewijzen vergaard kunnen worden met betrekking tot het misdrijf dat wordt onderzocht. In dit geval is er geen toestemming nodig van de bewoner en kan de huiszoeking ook plaatsvinden in uw afwezigheid. 2. Met toestemming van de bewoner Opdat er sprake is van een huiszoeking met toestemming van de persoon die het werkelijk genot heeft van de plaats waar de huiszoeking wordt uitgevoerd, dient de toestemming schriftelijk en voorafgaand aan de huiszoeking te worden verleend. Er moet immers ondubbelzinnig vastgesteld kunnen worden dat u afstand deed van het grondwettelijk recht van de onschendbaarheid van de woning. Een mondelinge toestemming volstaat dus niet. U kan niet verplicht worden om uw toestemming tot het uitvoeren van een huiszoeking te verlenen. Een huiszoeking met toestemming mag ook worden uitgevoerd tussen 21.00 ’s avonds en 5.00 ’s morgens. Als u geen toestemming verleent en de huiszoeking toch wordt uitgevoerd, kan er sprake zijn van een onwettige huiszoeking. 3. Bij ontdekking op heterdaad Er is sprake van een op heterdaad ontdekt misdrijf wanneer dat wordt ontdekt terwijl het wordt gepleegd of terstond nadat het gepleegd is. De vaststelling van de toestand van heterdaad moet aan de huiszoeking voorafgaan en kan niet worden gerechtvaardigd door de vaststelling achteraf van het op heterdaad ontdekte misdrijf. Voor een huiszoeking op heterdaad is er aldus geen toestemming nodig. Een huiszoeking op heterdaad mag ook worden uitgevoerd tussen 21.00 ’s avonds en 5.00 ’s morgens. Tot slot: Werd er in uw woning een huiszoeking uitgevoerd? Denkt u dat de huiszoeking onwettig was of bent u het niet eens met de manier waarop ze werd uitgevoerd? Neem contact met ons op voor (vrijblijvend) advies: 📞 +32 (0) 473/67.35.04 📧 info@dehertoghadvocaten.be 📍Uitbreidingstraat 84, 2600 Berchem (image is designed by Freepik: www.freepik.com)
woe 5 november, 2025

Veroordeeld bij verstek?
In bepaalde gevallen kan u uw stem alsnog laten horen. 1. Wat is een verstekvonnis? Een veroordeling bij verstek betekent dat u veroordeeld werd zonder dat u aanwezig was op de zitting. De rechter behandelt de zaak dan enkel op basis van de inhoud van het dossier en de argumenten van het openbaar ministerie (of desgevallend van de tegenpartij). Er werd dus geen verweer gevoerd in uw naam (noch door uzelf, noch door een advocaat). 2. Welk rechtsmiddel kan u aanwenden? Tegen een verstekvonnis kan u gebruikmaken van het rechtsmiddel verzet zolang de straf niet verjaard is (artikel 187 Sv.) Wat is het? Verzet is het rechtsmiddel waarbij u de zaak opnieuw laat behandelen door dezelfde rechtbank die u bij verstek veroordeeld heeft. Dit geeft u de kans om uw verdediging alsnog te voeren. In strafzaken zijn er twee soorten termijnen waarbinnen verzet aangetekend kan worden: de gewone termijn bedraagt vijftien dagen na de dag waarop het vonnis is betekend (= de officiële kennisgeving door de gerechtsdeurwaarder). Zolang er geen geldige betekening heeft plaatsgevonden, kan de bij verstek opgelegde straf (nog) niet uitgevoerd worden. de buitengewone termijn geldt alleen voor de beklaagde aan wie de betekening niet in persoon gebeurde en bedraagt vijftien dagen te rekenen vanaf de dag na de kennisname van de betekening van het verstekvonnis. Indien u hiervan kennis heeft gekregen door de betekening van een Europees aanhoudingsbevel of een uitleveringsverzoek of indien de lopende termijn van vijftien dagen nog niet verstreken was op het ogenblik van een aanhouding in het buitenland, kan u in verzet komen binnen een termijn van vijftien dagen na de dag waarop u werd overgeleverd of in het buitenland terug in vrijheid werd gesteld. Het is aldus van groot belang dat u zich laat informeren zodat het verzet tijdig kan worden aangetekend. 3. Wat gebeurt er na het aantekenen van verzet? Het verzet wordt op vraag van uw advocaat door een gerechtsdeurwaarder aangetekend. U ontvangt vervolgens de datum waarop de zaak opnieuw behandeld zal worden door de rechtbank. Het verzet brengt van rechtswege dagvaarding mee tegen de eerstkomende terechtzitting na het verstrijken van een termijn van vijftien dagen, of van drie dagen indien de eiser in verzet zich in hechtenis bevindt. De rechtbank kan vervolgens de volgende beslissingen nemen: het verzet niet-ontvankelijk verklaren: 1° behoudens overmacht, indien het niet overeenkomstig de wettelijke vormen en termijnen is betekend; 2° indien het bestreden vonnis niet bij verstek is gewezen; 3° indien de eiser in verzet vooraf een ontvankelijk hoger beroep heeft ingesteld tegen dezelfde beslissing. het verzet ongedaan verklaren: 1° indien de eiser in verzet, wanneer hij persoonlijk of in de persoon van een advocaat verschijnt en vaststaat dat hij kennis heeft gehad van de dagvaarding in de procedure waarin hij verstek heeft laten gaan, geen gewag maakt van overmacht of van een wettige reden van verschoning ter rechtvaardiging van zijn verstek bij de bestreden rechtspleging, waarbij het erkennen van de aangevoerde overmacht of reden overgelaten wordt aan het soevereine oordeel van de rechter; Indien u zelf in persoon of een advocaat namens u aanwezig was op de inleidende zitting, zonder overmacht of wettige reden van verschoning zal u geen ‘geldig’ verzet kunnen aantekenen. Het verzet zal dan immers ongedaan verklaard worden. 2° indien de eiser in verzet nogmaals verstek laat gaan bij zijn verzet, en dat in alle gevallen, ongeacht de redenen voor de opeenvolgende verstekken en zelfs indien het verzet reeds ontvankelijk werd verklaard. het verzet ontvankelijk, en (desgevallend) gegrond verklaren: U zal uw standpunt aan de rechter kunnen veruitwendigen en het vonnis op verzet zal het verstekvonnis vervangen. De rechter kan u vrijspreken, de bij verstek opgelegde straf bevestigen of een andere (mildere) bestraffing opleggen. Er kan geen zwaardere bestraffing worden opgelegd dan deze die uitgesproken werd middels het verstekvonnis. 4. Is er nog hoger beroep mogelijk? Indien het verzet niet-ontvankelijk werd verklaard, kan u desgevallend hoger beroep aantekenen. Het is alleen indien de rechter in graad van beroep oordeelt dat het verzet wel ontvankelijk verklaard dient te worden, dat er over de grond van de zaak geoordeeld kan worden. Indien het verzet ongedaan verklaard werd, kan u hoger beroep aantekenen en zal de rechter in graad van beroep over de volledige grond van de zaak kunnen oordelen. Tot slot: Door tijdig en op de juiste manier verzet aan te tekenen, kan u alsnog gehoord worden en uw verdediging voeren. Aarzel niet om juridisch advies in te winnen zodat u geen kostbare tijd verliest. Neem contact met ons op voor (vrijblijvend) advies. 📞 +32 (0)473/67.35.04 📧 info@dehertoghadvocaten.be 📍Uitbreidingstraat 84, 2600 Berchem (image is designed by Freepik: www.freepik.com)
zat 11 oktober, 2025

Uitgenodigd tot verhoor?
Wat moet u doen als u door de politie wordt uitgenodigd voor een verhoor? Een uitnodiging voor een verhoor door de politie kan beangstigend zijn. Of u nu als verdachte of als getuige wordt opgeroepen, het is belangrijk dat u weet wat uw rechten zijn en welke stappen u het best onderneemt. De categorie van het verhoor (meestal bovenaan de uitnodiging vermeld) zal bepalend zijn voor uw positie. In wat volgt, wordt besproken wat u kan doen als u een uitnodiging tot verhoor categorie III (verdachte van een misdrijf waarop een vrijheidsstraf is voorgeschreven in het strafwetboek, maar die niet van zijn vrijheid werd beroofd) ontving en de rechten die u in dat geval heeft. Neem de uitnodiging ernstig Als u een brief ontvangt van de politie met het verzoek om langs te komen voor een verhoor, beschouw dit dan niet als vrijblijvend. De politie wenst u immers te verhoren in het kader van feiten waarvan u verdacht wordt. Ken uw rechten Vooraleer wordt overgegaan tot het verhoor van een verdachte, wordt u op beknopte wijze uitgelegd over welke feiten u zal worden verhoord. u heeft het recht heeft om voor het verhoor een vertrouwelijk overleg te hebben met een advocaat naar keuze en zich door hem kan laten bijstaan tijdens het verhoor; u heeft de keuze heeft na bekendmaking van de identiteit om een verklaring af te leggen, te antwoorden op de gestelde vragen of te zwijgen; u kan niet verplicht worden om uzelf te beschuldigen; uw verklaringen kunnen als bewijs worden gebruikt; u kan vragen dat alle vragen die u worden gesteld en alle antwoorden die u geeft, worden genoteerd in de gebruikte bewoordingen (nl. op de manier waarop u ze letterlijk heeft gezegd); u kan vragen dat een bepaalde opsporingshandeling wordt verricht of een verhoor wordt afgenomen; u gebruik mag maken van de documenten in uw bezit of u maakt ze achteraf per email over aan de politie. U kan voor het verhoor een advocaat raadplegen en een vertrouwelijk overleg laten plaatsvinden. Laat u bijstaan door een advocaat Als verdachte heeft u recht op bijstand van een advocaat, zowel voor als tijdens het verhoor. Dit is geen overbodige luxe: u wordt voorbereid op de vragen die kunnen worden verwacht. u krijgt advies over het verloop van het verhoor en de rechten die u heeft. De bijstand van de advocaat tijdens het verhoor heeft tot doel toezicht mogelijk te maken op: de eerbiediging van uw recht om uzelf niet te beschuldigen en de keuzevrijheid om een verklaring af te leggen, te antwoorden op de gestelde vragen of te zwijgen; de wijze waarop u tijdens het verhoor wordt behandeld, in het bijzonder op het al dan niet uitoefenen van ongeoorloofde druk of dwang; controle op de kennisgeving van rechten van verdediging en de regelmatigheid van het verhoor; de advocaat kan op het verhoorblad melding laten maken van de schendingen van uw rechten die hij meent te hebben vastgesteld. De advocaat kan vragen dat een bepaalde opsporingshandeling wordt verricht of een bepaald verhoor wordt afgenomen. Hij kan verduidelijking vragen over vragen die worden gesteld. Hij kan opmerkingen maken over het onderzoek en over het verhoor. Het is hem evenwel niet toegelaten te antwoorden in de plaats van de verdachte of het verloop van het verhoor te hinderen. 👉 Het kantoor kan u voorafgaand adviseren en aanwezig zijn tijdens het verhoor en zo erover waken dat al uw rechten (zoals hierboven opgesomd) worden gerespecteerd. Een goede voorbereiding kan immers het verschil maken. Lees uw verklaring grondig na en vraag een kopie Na het verhoor zal u de mogelijkheid krijgen om de verklaring na te lezen. Lees dit altijd nauwkeurig na en onderteken niets wat u niet begrijpt of waarmee u het niet eens bent. U kan een kopie van de verklaring vragen. Tot slot: Werd u uitgenodigd voor een verhoor als verdachte? Laat u niet verrassen en neem contact met ons op voor (vrijblijvend) advies of bijstand bij het verhoor. 📞 +32 (0)473/67.35.04 📧 info@dehertoghadvocaten.be 📍Uitbreidingstraat 84, 2600 Berchem (picture designed by Freepik: www.freepik.com)
vri 3 oktober, 2025

Vanaf 1 september 2025 strengere aanpak voor rijden onder invloed van alcohol
Via een persbericht kondigden de parketten van Antwerpen en Limburg aan vanaf 1 september 2025 strenger te zullen optreden tegen rijden onder invloed van alcohol. Zo luidt het persbericht: "Wie vanaf 1 september 2025 in de provincies Antwerpen of Limburg betrapt wordt met minstens 0,35 mg/l (0,8 promille) alcohol, zal zijn rijbewijs meteen voor 15 dagen moeten inleveren. De nieuwe richtlijn valt onder artikel 55 §1 van de Wegverkeerswet dat zegt dat het rijbewijs onmiddellijk kan worden ingetrokken in de gevallen bedoeld in artikel 60 §3 (ademanalyse minstens 0,35 mg/l)." Voorheen lag de drempel voor een onmiddellijke intrekking op 0,50 mg/l (1,2 promille). Klik hier om de vorige richtlijn van 1 juni 2023 te raadplegen. Het valt af te wachten of dit voorbeeld door de andere parketten van de procureur des Konings in Vlaanderen gevolgd zal worden. Het kantoor volgt dit verder voor u op. Update 14/2/2026: op 14 februari 2026 raakte bekend dat minister van Justitie Annelies Verlinden een omzendbrief ondertekende op basis waarvan voormelde regeling voortaan op eenzelfde manier zal worden toegepast in heel België. Wie voortaan meer dan 0,35 mg/l (0,8 promille) alcohol blaast, speelt meteen zijn/haar rijbewijs voor 15 dagen kwijt. Heeft u vragen of wenst u (vrijblijvend) advies? Contacteer ons: 📞 +32 (0)473/67.35.04 📧 info@dehertoghadvocaten.be 📍Uitbreidingstraat 84, 2600 Berchem *** Lees hier het volledige persbericht van het openbaar ministerie over de inwerkingtreding van de nieuwe richtlijn. (picture designed by Freepik: www.freepik.com)
zat 30 augustus, 2025